woensdag 28 december 2011

Spelen bij een vriendje

'Weet je waar jullie morgen naartoe mogen?' vraag ik hen enthousiast.  Vier verwachtingsvolle ogen kijken me aan.  'Jullie mogen bij R. gaan spelen, allebei!' ga ik verder.  Hij is al enkele keren bij zijn klasgenootje gaan spelen, maar had het er telkens wat moeilijk mee dat kleine broer niet meeging.  Niet dat die niet welkom was, maar ik vind dat hij zoiets ook zonder de steun van zijn broertje moet leren leuk vinden.  En mits wat tijd om te 'ontdooien' is het ook telkens goed meegevallen.  Hij kwam iedere keer vrolijk terug van zijn vriendje en had zich er duidelijk vermaakt. 
Kleine broer is dolenthousiast dat hij deze keer mee mag.  Grote broer staart wat voor zich uit en begint dan te huilen. 'Ik wil niet gaan spelen.  Dan kan ik niet met mijn speelgoed thuis spelen' zegt hij jammerend.  Ik verzeker hem dat hij ook nog tijd zal hebben om thuis met zijn eigen speelgoed te spelen en stel hem zelfs voor om speelgoed mee te nemen, bij voorkeur iets waar drie jongens tegelijk mee kunnen spelen.  Even klaart zijn gezicht een beetje op, maar al gauw verschijnt er weer een pruillip.  'Ik heb niets leuks om met drie kindjes mee te spelen.  Ik wil iets meenemen om alleen mee te spelen' zegt hij snikkend.   Ik stel hem voor om bij zijn vriendje wat te schilderen.  Daar haalt hij altijd plezier uit en op die manier kan hij alleen bezig zijn terwijl de andere kinderen toch bij hem zitten.  Bovendien weet ik dat hij daar al eens geschilderd heeft en dat het vriendje zijn mama er geen bezwaar zal tegen hebben. 


Er verschijnt een subtiele glimlach om zijn mond en hij stemt toe.  Oef!  Al snel dient zich echter het volgende 'probleem' aan.  'Maar... hoe lang moet ik daar dan blijven en hoe veel tijd heb ik dan nog om thuis te spelen?  Hoe lang duurt dat?  Hoe lang?!  Ik móét het echt weten!'  Ik hoor de paniek in zijn stem en zie de tranen in zijn ogen.  Ik heb helemaal nog niet afgesproken tot hoe laat hij daar zal blijven, maar verzin ter plekke dat ik na drie uur terug op post zal zijn.  'Drie keer na elkaar het klokje rond', tracht ik zo rustig mogelijk uit te leggen.  Ik dien het nog enkele keren te herhalen, maar uiteindelijk verzoent hij zich met het idee.  Het duurt niet lang voor zijn stem opnieuw begint te trillen.  'Ik wil wel schilderen, maar ik weet helemaal nog niet wát ik ga schilderen' zegt hij nog net voor hij weer in huilen uitbarst.  Ik graaf in mijn geheugen naar enkele zaken die hij reeds eerder heeft geschilderd zodat ik zeker weet dat hij ze aanvaardbaar zal vinden en gelukkig vallen mijn ideeën ook in goede aarde.  Het duurt nog een tijd voor zijn bezorgde blik verdwijnt, maar ik weet dat hij het goed zal doen morgen.  Althans, ik hoop het.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten