donderdag 23 augustus 2018

Foute Pokémonkaart

Pokémonkaarten... Al geruime tijd spelen ze binnen ons gezin een bijzonder belangrijke rol.

Komen onze jongens in de buurt van een speelgoedwinkel, dan kunnen ze daar onmogelijk voorbij lopen zonder even langs het rek met de Pokémonkaarten te gaan. Hun zakgeld wordt frequent tot op de cent nageteld om zich ervan te vergewissen hoeveel pakjes kaarten ze ermee kunnen kopen en staan er kaarten in de aanbieding dan lopen ze helemaal over van enthousiasme. De vloer van hun kamers - en bij uitbreiding ook de rest van ons huis - ligt voortdurend bezaaid met kaarten, een boekje met de allermooiste en -sterkste exemplaren wordt altijd overal mee naartoe gesleept en keer op keer weer uitgebreid bewonderd en besproken.

Vooral onze oudste is vollédig in de ban van zijn favoriete kaarten. Waar de jongste zich al eens luidop durft af te vragen hoe lang zijn interesse nog zal aanhouden (om daags nadien alweer met een nieuw pakje thuis te komen), is de oudste er helemaal van overtuigd dat zijn liefde voor Pokémonkaarten nooit zal uitdoven. Hij kent ze allemaal bij naam, memoriseert feilloos hun eigenschappen en kan zijn geluk niet op wanneer hij een sterke kaart in handen krijgt die hij nog niet in zijn bezit had.


Toen hij niet zo lang geleden twaalf werd kreeg hij een eigen smartphone. Al snel ging hij op zoek naar leuke app'jes en het duurde - uiteraard - niet lang voor hij de zoekterm 'Pokémon' ingaf. Een hele nieuwe wereld ging voor hem open toen bleek dat hij in slechts enkele stappen zijn eigen kaarten kon ontwerpen. Een eigen foto, een naam die hij zelf mag verzinnen, eigenschappen die hij volledig naar zijn hand zet, ... Fantastisch! De ene na de andere kaart ontstond uit zijn eindeloze 'Pokémon-fantasie' en wat was hij toch trots op zijn zelfgemaakte kaarten!

Toen zijn twee jaar jongere nichtje onlangs een dag op bezoek was, duurde het dan ook niet lang voor hij de ene na de andere zelfgemaakte kaart uitgebreid aan haar toonde en met haar besprak. Bewonderend keek ze toe.

Wat ik al van ver zag aankomen, verraste hem zichtbaar: met sprankelende ogen vroeg ze hem of ze ook een kaart mocht maken. Haar eigen Pokémonkaart, ze zag het meteen helemaal zitten. Aangemoedigd door onze jongste, zat ze niet veel later met de smartphone in haar handen vrolijk te ontwerpen.

Wat ze in haar enthousiasme niet opmerkte, was het sombere, ietwat paniekerige gezicht van haar grote neef. Plichtbewust beantwoordde die elke vraag die ze stelde en hielp hij haar de kaart te maken die ze met veel plezier uit haar fantasie liet ontstaan. Ik zag van op een afstand hoe hij steeds ongemakkelijker naast haar zat en boven zijn ogen verscheen een diepe frons.

Toen hij me niet veel later apart nam, was ik daar dan ook helemaal niet verbaasd over. 'Moet die kaart nu op mijn smartphone blijven staan?' fluisterde hij zo stil mogelijk in mijn oor. 'Ik heb ze niet zelf gemaakt. Ik wil niet dat ze op mijn smartphone staat.' De wanhoop stond in zijn ogen te lezen. Dat ik ze wel zou afdrukken en dat hij ze daarna mocht verwijderen, legde ik hem rustig uit. Enigszins gerustgesteld, maar toch nog met de nodige spanning in zijn lichaam keerde hij terug naar zijn nichtje. Eén blik op het scherm was voldoende om hem weer helemaal te laten verstijven. Met een vertwijfelde blik kwam hij meteen weer schoorvoetend naar me toe. 'Ze gebruikt een foto waar wij alle drie op staan. Maar dat kan niet. Er bestaan geen kaarten waarop drie Pokémon even belangrijk zijn. Ik wil die Pokémon niet zijn. Ik wil niet dat ze deze foto gebruikt.' Ik zag hoe de tranen in zijn ogen stonden.

Nog voor ik wat kon antwoorden, keerde hij terug naar haar. 'Kijk, zo kan je je eigen gezicht op de kaart zetten, zonder ons erbij,' probeerde hij subtiel. Knap van hem. Zoiets was hem enkele jaren voordien vast niet gelukt. Zijn fijne poging haar kaart enigszins 'aanvaardbaar' te maken, viel helaas in dovemansoren. Geamuseerd maakte ze hem duidelijk dat ze het juist leuk vond dat ze allemaal samen op de foto én dus ook op de kaart stonden. LEUK, hoe kan ze dit nu LEUK vinden? Ik zag het hem denken, maar hij zei niets. Nogmaals kwam hij bij mij checken of hij de kaart meteen van zijn smartphone zou mogen verwijderen van zodra ik ze afgedrukt had. En zo gebeurde het dan ook.

Toen ze trots haar eigen kaart aan hem toonde zag ik hoe alles in hem tegen wrong en het hem moeite kostte zelfs maar naar de kaart te kijken. Maar hij deed het. Pas toen hij zich er na afloop van haar bezoek kon van verzekeren dat ze ook haar 'o zo foute kaart' had meegenomen, viel de spanning volledig van hem af.

Mijn bewondering voor zijn subtiliteit zindert nog steeds na.




(gepost met toelating van zoonlief)

vrijdag 10 augustus 2018

Verkeerde zwembroek

Eindelijk, onze welverdiende vakantie. Elf dagen op een Grieks eiland, heerlijk genieten. Dat de eerste dagen best stresserend zijn voor zoonlief, dat weten we. Al valt dat tegenwoordig reuze mee. Naarmate hij wat ouder wordt – twaalf ondertussen – past hij zich steeds vlotter aan aan nieuwe situaties. En al verblijven we op een eiland waar we nooit eerder waren, helemaal nieuw is het hele concept niet. We verblijven namelijk voor de vierde keer op rij in een Grieks all-in hotel. De ‘gang van zaken’ is gelijkaardig en zoonlief is bijgevolg meteen in zijn nopjes in ons hotel. 

Op enkele mini-crisisjes na loopt het allemaal verdacht soepel. Tot de derde dag van ons verblijf aanbreekt. Na een deugddoend ontbijt op een veel te warm terras, kijken we met zijn vieren enorm uit naar een frisse duik in het zwembad. Heerlijk, dat koele water! De twee broers hebben hun zwembrillen en snorkels bij en duiken dat het een lieve lust is. Wat mooi om ze zo bezig te zien, zeker als je je bedenkt dat de oudste vorig jaar nog niet kon zwemmen. 

Na een uurtje dolle pret vraag ik me terloops luidop af of de jongste grote broers zwembroek niet aan heeft. Kan gebeuren, ze hebben immers allebei dezelfde maat. Geschrokken laat de oudste letterlijk alles vallen waarmee hij bezig is. Hij werpt een blik op de betreffende zwembroek en zijn eerder nog zo vrolijke snoetje verandert in een donkere, boze donderwolk. Ik onderdruk de neiging om met mijn ogen te rollen. Waarom, waarom, waarom moest ik dit per se luidop zeggen? Het ging net allemaal zo goed. Aan zijn bedrukte gezicht te zien is het geen bui die zomaar even zal overwaaien. 

‘Doe die zwembroek uit,’ bijt hij de jongste toe, terwijl die onder water speelt met een snorkel tussen zijn lippen geklemd. Wanneer hij terug boven komt, ziet hij pal voor zich een boze broer die nogmaals van hem eist zijn zwembroek uit te trekken, ditmaal nog veel dwingender. Zich helemaal van geen kwaad bewust en duidelijk niet van plan zich zijn waterpret te laten ontnemen, kijkt hij zijn broer slechts een tel vragend aan en duikt hij weer onder water. Wanneer hij terug boven komt, ontwijkt hij meteen vakkundig grote broers hand die op weg is naar zijn hoofd. Ik leg hem uit wat er aan de hand is en vraag hem of hij niet even zijn zwembroek wil gaan verwisselen. 

Dat het zo leuk is en dat hij in het water wil blijven en geen zin heeft om naar onze hotelkamer te gaan. Hij zegt het me met grote onschuldige ogen en ik begrijp ook helemaal dat hij dit niet wil. Een verkeerde zwembroek, waarom is dat zo’n drama? Met mijn autibril op begrijp ik het probleem, anderzijds vind ik het toch weer o zo veel gedoe voor iets o zo banaals. 


Ondertussen staat grote broer te briesen aan de rand van het zwembad. ‘Geef mij de deurkaart, nu! Ik ga een andere zwembroek voor hem halen.’ Zijn toon bevalt me niets, maar ik besluit er niets over te zeggen en geef hem zonder morren de deurkaart van onze kamer mee. Dat hij zelf het initiatief neemt om iets aan zijn probleem te doen kan ik immers alleen maar aanmoedigen. Van ver zie ik hem enkele minuten later al weer komen aandraven, de zwembroek van broerlief demonstratief in zijn handen geklemd. In een poging de situatie te redden manen manlief en ik onze jongste aan uit het water te komen. Na enige aarzeling doet hij braaf wat we hem vragen. Met een diepe zucht probeert hij – in een handdoek gewikkeld zodat niemand zijn edele delen zou zien – zijn natte zwembroek uit te trekken. Dat gaat moeizaam en na enkele tellen knoeien houdt hij het voor bekeken. ‘Het lukt niet, iedereen kan mij zien en ik ben naar hier gekomen om leuk te zwemmen! Als broer zo gemeen tegen mij doet, vind ik bovendien niet dat ik daar naar moet luisteren.’ 

Ik begrijp hem, helemaal. Ik begrijp ook dat de oudste het moeilijk heeft en dat daar schijnbaar een snelle oplossing voor is. Anderzijds weet ik dat naar zijn gevoel de situatie zodanig is geëscaleerd dat hij zich daar niet meteen zal over zetten. Ik leg de oudste uit dat ik begrijp dat dit belangrijk voor hem is, maar dat ik ook begrip heb voor zijn broers reactie en geen zin heb hem te verplichten zijn zwembroek te verwisselen. Ik vertel hem dat hij volgende keer zijn eigen zwembroek weer terug heeft en dat ik er mee op zal letten dat zoiets voortaan niet meer gebeurt. Terwijl ik mijn woorden uitspreek wringt mijn hele gevoel tegen en besef ik dat dit hem absoluut niet kan troosten. Ik voel me een slechte moeder.

Zoonlief laat me verbazend genoeg geduldig uitspreken. ’Oké,’ zegt hij verdacht rustig en met een verbeten ondertoon, ‘vanaf nu is mijn lievelingszwembroek van hem. Maar dan gaan we straks wel een nieuwe voor mij kopen.’ Hij richt zijn blik op mij zonder echt in mijn ogen te kijken. Paniek en verwarring overheersen in zijn hele houding.

De komende minuten spendeert hij zittend op de vloer. Alle spullen die van hem zijn en die hij binnen handbereik heeft, gooit hij een voor een in het rond nadat hij ze eerst bijna heeft vernield. Nooit meer gaat hij in het zwembad, beweert hij, nooit meer. Zijn bui houdt nog meer dan een uur aan.

De volgende dag – in het zwembad, met zijn favoriete zwembroek aan - verklaart hij me met veel zelfinzicht schaapachtig dat hij het zichzelf toch altijd zo moeilijk maakt wanneer hij overprikkeld is. Wat een knappe kerel heb ik toch.



(gepost met toelating van zoonlief)

vrijdag 11 mei 2018

Inleefsessie Autisme - artikel in het VVA Magazine

Onlangs werd ik door de Vlaamse Vereniging Autisme (VVA) uitgenodigd om nog eens een inleefsessie autisme bij te wonen en er een artikel over te schrijven. Daar moest ik niet lang over nadenken. Ik maakte daarvoor - jaren geleden ondertussen - al twee inleefsessies mee en vond dat absoluut de moeite waard. Mijn ervaringen lees je in het artikel hieronder! (niet duidelijk leesbaar? klik dan op de foto om de tekst te kunnen lezen)




dinsdag 3 april 2018

Interview over autisme op Radio 1 - Hautekiet

Gisteren - 2 april - was het Wereld Autisme Dag, een dag waarop we nog nét iets meer stilstaan bij bewustwording over en begrip voor autisme. Fijn dus dat er ook in de media eens stilgestaan wordt bij autisme en wat dat écht inhoudt voor de mensen die het hebben en hun omgeving. Op Radio 1 (Vlaanderen) nam Jan Hautekiet het onderwerp vandaag op in zijn ochtendprogramma.

Via DEZE LINK kan je alles herbeluisteren. Van minuut 7 tot 40 gaat het over autisme. Je kan de tijdsbalk onderaan verschuiven.

Ik werd voor dit programma zelf ook opgebeld om te vertellen over een inleefsessie van de VVA en natuurlijk ook een beetje over mijn zoon. Hier vind je het stukje waar ik aan het woord ben:


zondag 7 januari 2018

Nieuwjaarsbrief


Toen hij jaren geleden voor het eerst een nieuwjaarsbrief mocht voorlezen - echt zélf lezen - ging dat op zijn zachtst gezegd heel moeizaam. Lezen was niet zijn grootste kwaliteit, voor een publiek staan nog veel minder. Toen ik als souffleur ter hulp schoot was hij dankbaar, maar achteraf gezien toch ook weer niet. Hij wou zijn brief immers zélf lezen. Alleen, hij durfde niet... En toen hij het dan toch probeerde was het zó zacht dat niemand hem hoorde.

Jaar na jaar ging het beter. Hij leerde beter lezen en hij durfde stapje per stapje zijn stem iets meer te gebruiken. Vorig jaar keek hij zelfs voor het eerst zijn publiek aan en las hij met een glimlach op zijn gezicht.

Dit jaar mocht ik zijn brieven absoluut niet op voorhand lezen. Dat moest ik hem plechtig beloven vooraleer ik ze in handen kreeg om ze ergens veilig op te bergen. Wat hij me wél al wou vertellen, was dat hij samen met een klasgenoot de tekst van een van de brieven zélf had gemaakt.

En dan kwam het moment waarop hij zijn brief zou lezen. Zonder enig teken van zenuwen en met luide, duidelijke stem las hij zijn tekst voor. Hij stond zelfzeker, met rechte rug en las met een levendige intonatie. De tekst was fantastisch, geschreven door een elf- en twaalfjarige... amper te geloven.

Jubelend over zijn prestatie nam ik zijn brief aan. Hij glom van trots. 'Hebben jullie die tekst echt zélf geschreven? Zo knap!' jubelde ik verder. Verbaasd keek hij me aan en lichtjes ontstemd fronste hij zijn wenkbrauwen: 'Mama, ik héb die tekst niet geschreven;' beet hij me toe met de intonatie van een geërgerde puber, 'ik heb hem getypt.' Juist is juist.

woensdag 3 januari 2018

Traan

Na een drukke dag zak ik vermoeid weg in de sofa onder een dekentje. De jongste licht het dekentje op en vlijt zich gezellig tegen me aan. We zetten de televisie aan en worden meteen gezogen in een reality programma. Verstand op nul, even helemaal ontspannen.

De oudste zet zich bij ons neer, op een afstandje. Hij drapeert een ander dekentje over zich heen en aait de zachte stof onophoudelijk. Met grote ogen kijkt hij van het scherm naar mij en terug. Hij vuurt de ene vraag na de andere op me af. 'Waarom doen die mensen dat? Wat is dat blauwe ding daar op de achtergrond? Wat gaan ze hierna doen?' Veel vragen waarop ik eigenlijk niet kan antwoorden, veel vragen waarop ik nu even niet wil antwoorden. Maar ik doe het toch, om de lieve vrede. Het is nu net zo gezellig.

Even krijg ik de kans me terug in het programma te verdiepen. Even geen vragen meer. We zijn er getuige van hoe een man een vrouw ten huwelijk vraagt. De jongste vlijt zich nog wat dichter tegen me aan. Hij glimlacht. Mijn ogen worden waterig en een traan rolt over mijn wang.

De oudste ademt in om zijn zoveelste vraag aan me te stellen, maar nog voor hij zijn eerste woord kan uitspreken stokt zijn adem. Hij kijkt me verdwaasd aan. 'Waarom komt er ineens een traan uit jouw oog?' vraagt hij stomverbaasd. Zijn naïeve verwondering en objectieve verwoording doen me glimlachen.

Nu kan hij helemaal niet meer volgen. Huil ik of lach ik? Ben ik droef of ben ik blij? De jongste kijkt grote broer op zijn beurt verbaasd aan. 'Zie je dat nu echt niet? Die mensen gaan trouwen en dat is ro-man-tisch. Van romantische dingen kun je traantjes krijgen.'


Ik aanschouw de mooie interactie tussen mijn prachtige zonen en word helemaal warm vanbinnen. Ik glimlach en mijn ogen worden weer een beetje vochtig. Van trots kun je tenslotte ook traantjes krijgen...


woensdag 25 oktober 2017

Mondelinge toets


'Had je nu vandaag toets van Frans?' vraag ik de zoon wanneer hij nog niet lang thuis is, maar wel net lang genoeg om een vraag op hem te kunnen afvuren. 'Hmm, ik... ik weet het niet. Euh, toets? Euh...', stamelt hij terwijl de verbazing in zijn ogen groeit.

Bewust koos ik voor een ja-nee-vraag. Duidelijk, ondubbelzinnig. Daarna kan ik meer vragen stellen, niet te veel tegelijk, geen te grote woordenvloed, maar net genoeg om te weten te komen hoe het ging. Maar zo ver kom ik nu dus niet. Zelfs mijn simpele ja-nee-vraag zorgt ditmaal voor verwarring.

'Je moest toch Frans oefenen en ik dacht dat je daar vandaag toets van had?' probeer ik nog eens. 'Ja, ik weet het niet goed,' zegt hij op zijn beurt, 'het was mondeling. En de juf had op voorhand wel iets gezegd van mondeling. Maar ik weet het niet goed... ja, ik kan dat niet goed uitleggen. Ik weet niet of het dan een toets was,' ratelen de woorden uit zijn mond. Ik mag absoluut niet ratelen, dan denderen alle woorden door elkaar in zijn hoofd. Als hij het doet, moet ik elk woord gehoord en begrepen hebben, en wel van de eerste keer.

'Dus je had een mondelinge toets?' vat ik zijn woorden samen. Weer die vragende blik. 'Een mondelinge toets?' zegt hij me na, alsof de woorden zo beter doordringen. 'Een mondelinge toets', herhaalt hij nogmaals, ditmaal minder vragend. 'Als jij dat zo noemt dan zal het wel zo zijn zeker?' klinkt het plots ietwat geërgerd, 'Een toets is om te schrijven, een mondelinge toets ken ik niet.'

Wanneer ik hem klaar en duidelijk uitleg dat een toets wel degelijk ook mondeling kan zijn, zie ik stilaan de puzzelstukjes op hun plaats vallen. 'Ik had dus inderdaad een toets van Frans vandaag,' besluit hij. 'En ja, het ging heel goed,' anticipeert hij meteen op mijn volgende vraag. Wat een kanjer!