dinsdag 10 juli 2012

Buiten eten

Al van het moment dat ik de broertjes hoor thuiskomen van hun uitstap naar de supermarkt met papa, hoor ik hen meteen dolenthousiast iets roepen over 'nieuwe koekjes'. Een glimlach verschijnt om mijn mond. Samen rennen ze opgewekt de woonkamer in, om meteen door te lopen naar ons met zon overgoten terrasje. Wat is het een heerlijk warme dag en wat kunnen de jongens genieten van de buitenlucht en van het spelen tussen de bloemen en de planten. Vrolijk huppelt mijn oudste me weer voorbij en in de vlucht vertelt hij me opgewekt dat hij zijn koekjes van papa gezellig op het terras mag opsmullen. Ik moet lachen. Wat is het fijn dat kinderen zo oprecht kunnen genieten van simpele zaken als 'koekjes buiten opeten'.  De koekjes worden uitgedeeld en met volle monden rennen de jongens weer naar buiten.
Wanneer papa even later zijn computer aanzet en er een bekend deuntje door de kamer klinkt, stuift de oudste weer naar binnen en volgt hij nauwgezet en geboeid het computerspel op papa's scherm. Zijn schaaltje met koeken heeft hij in zijn handen en nu en dan verdwijnt er een koek in zijn mond.
Ondertussen speelt kleine broer zingend buiten met de houten treintjes en na herhaalde pogingen om zijn broer bij het spel te betrekken, geeft deze eindelijk gehoor aan kleine broers verzoek. Hij rent weer naar buiten en schuift een koekje in zijn mond.
Opeens zie ik hoe hij zijn ogen wijd openspert en hoe hij zijn mondhoeken verbijsterd naar beneden krult. 'O nee,' roept hij uit 'ik heb mijn koekjes niet allemaal buiten opgegeten!' Hij laat zich slap op de grond vallen en jammerend herhaalt hij zijn boodschap. Plots staat hij vastberaden op en kijkt hij me priemend aan met een diepe frons tussen zijn wenkbrauwen. 'Ik móét nieuwe koekjes hebben', eist hij streng. Niet van plan om toe te geven, leg ik hem rustig uit dat hij koekjes genoeg heeft gekregen en dat hij nog een plaatsje in zijn buik dient te bewaren voor het avondeten. Dat het volstrekt onzinnig is hem op dit moment aan te spreken over zijn onbeleefde formulering heb ik ondertussen al wel geleerd. 'Je moet mij koekjes geven!' probeert hij nogmaals, ditmaal met al wat meer wanhoop in zijn stem. Hij laat zich weer jammerend op de grond zakken. 'Ik wou mijn koekjes allemaal buiten opeten', herhaalt hij eindeloos. Wanneer ik zijn lijfje in mijn armen neem en hem troostend beloof dat ik hem de volgende keer zal herinneren aan het buiten eten, zie ik de machteloosheid in zijn ogen en besef ik met een krop in de keel weer voor even hoe complex de wereld voor hem in elkaar zit.