woensdag 20 maart 2013

Stalen zenuwen en een glazen bol


'Gaat het morgen regenen?' vraagt hij me geïnteresseerd.
'Dat weet ik niet. In het weerbericht staat niets over regen dus ik dénk het niet.' antwoord ik eerlijk.
'Ja maar, jij moet het wéten, niet denken.' reageert hij verontwaardigd.
'Schat, ik kán zoiets niet zeker weten. Ik dénk en ik hoop dat het morgen niet regent.' besluit ik.
Met een strenge blik komt hij ostentatief voor mij staan. 'Oké, dus jij hebt nu beloofd dat het morgen niet gaat regenen.'


'Kom lieverd, we nemen nu het boekje van de school en de time timer en je leest zoals iedere dag tien minuten in het boek.'
Zijn hele lijfje spant op en opstandig blaft hij me toe: 'Zolang het maar géén tien minuten zijn!'


'Wanneer komt papa thuis?' vraagt hij nadat hij me enthousiast heeft verteld over een computerspel dat hij graag samen met zijn papa wil spelen.
'Dat weet ik niet juist, maar hij komt ongeveer toe wanneer de wijzer op 18 staat.' (24-uren-klok) antwoord ik zo vastbesloten mogelijk, al weet ik dat er hoogstwaarschijnlijk protest volgt.
'Jij moet zeggen wanneer papa juist thuis komt!' eist hij luid.
'Lieverd, dat weet ik niet. Ongevéér om 18 uur.' zeg ik nogmaals.
Dreigend kijkt hij me aan. 'Als jij nu niet zegt wanneer papa er is dan eet ik mijn snoepje niet op.'


'Naar het toilet gaan, kleertjes uittrekken, je wassen in bad, je afdrogen, aankleden en tanden poetsen.' Wijzend naar de pictogrammen aan de muur herhaal ik nogmaals de ochtendroutine om aan te geven wat ik van hem verwacht. Stuurs kijkt hij me aan. Hij laat zich zakken op de badkamervloer en weigert in beweging te komen. 'Nee, ik ga dat niet doen!' roept hij opstandig. Hij is even daarvoor vlotjes uit bed gekomen en zijn humeur leek best oké. Soms denk ik dat hij ergens een soort 'humeurknop' heeft zitten waarmee hij op één tel plots van zorgeloos en vrolijk naar 'helemaal in de war' kan gaan. 'Ik ga me klaarmaken, zolang ik maar één van die dingen niét moet doen!' oppert hij na een tijdje. Uiteindelijk maakt hij zich helemaal zelf klaar, stapje na stapje. Het voortdurende protest moeten we erbij nemen.


Zoonlief begint plots te gillen en te huilen zonder tranen. Groot drama.
'Wat is er aan de hand?' vraagt papa.
'Mama wil niet antwoorden! En mama móét "ja" antwoorden!' roept hij boos.
'En wat is dan de vraag?' vraagt papa verder.
'Mama moét "ja" zeggen. Dat móét, anders ga ik niet meer spelen!' klinkt het koppig.
'Oké, misschien wil mama wel "ja" zeggen, maar stel dan eerst de vraag nog eens opnieuw.' probeert papa nog een laatste keer.
'Oké, dan kan ik niet meer spelen want mama zegt niet "ja".'


De kinderen zitten 's ochtends in een bodempje water in bad en het wordt stilaan tijd dat ze voortmaken.
'Jongens, het is tijd om je te wassen nu.' spoor ik hen aan.
... geen reactie
'Jongens, neem een stuk zeep en was je.' zeg ik heel wat strenger.
... geen reactie
'Oké, ik tel tot drie en dan hebben jullie elk een stuk zeep vast. Eén, twee, ...'
... Kleine broer heeft zijn stuk zeep al vast. Grote broer kijkt erg boos en roept opstandig: 'Maar dat telt niet voor mij hè! Ik neem alleen mijn zeep als jij zegt dat die één twee drie niet voor mij telt!'


'Trek je jas maar aan; we gaan lekkere donuts kopen.' Iedere woensdag halen we na schooltijd donuts bij de bakker om de hoek. Steevast kiest zoonlief voor een donut met roze glazuur (bij gebrek aan rode) en voor een ronde rozijnenkoek, al durft hij per uitzondering ook wel eens voor een smos kaas te gaan. 'Ik ga alleen mee als ik géén donut krijg.' zegt hij uit het niets heel erg opstandig. Ik begrijp niet goed wat er plots aan de hand is, maar ik tracht hem dan maar af te leiden door zo zorgeloos mogelijk te antwoorden. 'Oké, dan kies je bij de bakker maar iets anders dat je lekker vindt. Dat mag ook hoor.' zeg ik zo opgewekt mogelijk. Hij komt mee en de donderwolk lijkt gepasseerd te zijn. Bij de bakker toegekomen kijkt hij verlangend naar de donuts. Plots slaat hij zijn ogen neer en zegt hij zielig: 'Jammer, ik mag van jou geen donut nemen.'


'Mama, waar is de boog die ik heb geknutseld? Ik heb mijn pijl maar ik zie mijn boog nergens.' vraagt hij zenuwachtig.
'Ik weet niet waar hij is. Waar heb je hem het laatst gezien?' spreek ik hem zo rustig mogelijk toe.
'Ik was er daarnet nog mee aan het spelen. Waar denk jij dat hij is?' vraagt hij al ijsberend door de kamer.
'Lieverd, dat weet ik niet. Denk eens goed na waar je hem voor het laatst vast had.' opper ik.
Met een strakke blik kijkt hij me aan. 'Mamaaa, dat vraag ik toch helemaal niet! Waar dénk je dat hij is?'
'Ik weet het écht niet. Ik zat achter de computer. Ik heb je boog niet gezien.'  antwoord ik vastberaden.
Ik zie hoe hij steeds radelozer door de kamer stapt. 'Waar dénk je dat hij is? Jij moét iets denken!'
'Ik denk dat hij is waar je daarnet aan het spelen was.' probeer ik dan maar diplomatisch.
Boven zijn ogen vormt zich een diepe frons. 'Maar WAAR denk je dat hij is? Ik ben hier en boven geweest. Denk je dat hij hier of boven ligt?'
Zijn vriendinnetje is op bezoek en ik heb ab-so-luut geen zin om hem net nu in een crisis te zien belanden. 'Schat ik weet het echt niet hoor. Zullen we samen gaan zoeken?' stel ik voor.
Hij laat zich op de grond vallen. 'Néé, dat vraag ik toch niet??! Waar dénk je dat hij is?! Je moét iets denken en je moét dat ook vertellen! Denk je dat hij boven is?' vraagt hij half roepend, half huilend.
'Ik weet het niet. Misschien is hij boven. Ga maar eens kijken.'
'Oké, dus jij weet zeker dat hij boven is hè mama!'
Hij stuift naar boven.
Even later komt hij de kamer weer binnen met een glimlach tot achter zijn oren en met de boog in zijn handen: 'Mama, je hebt gelijk!! Mijn boog lag boven. Jij wist dat hè!'


Soms wou ik dat mijn zenuwen van staal waren én dat ik een hele grote glazen bol had...

3 opmerkingen:

  1. Eva,
    het is best dat je geen glazen bol hebt, want ik denk dat je, moest je de toekomst weten, die uit wanhoop zou kapotgooien. Beter is het zoals jij doet, om dag per dag te gaan, want het is zo moeilijk om die vreemde logica die in het hoofdje van je oudste zoon zit, te begrijpen. Net zoals het voor jullie oudste zoon zo moeilijk is om onze wereld te begrijpen.
    Maar jullie doen het supergoed, ookal ben je aan het eind van de dag meestal pompaf en heb je sommige keren het gevoel dat je geduld echt wel helemaal op is, je zenuwen kapot zijn en je lijf siddert van ingehouden, opgekropte reacties die je eigenlijk het liefste er woedend uitgebruld had, maar niet gedaan hebt om zoon niet nog meer overstuur te krijgen en om de situatie leefbaar te houden...
    Sommige dingen die je hierboven vermeldt, herken ik min of meer van een aantal jaren geleden, bij mijn zus haar kind dat kernautistisch en (extreem) hoogbegaafd is.
    Toegegeven: je zult rapper grijs haar hebben en "versleten" zijn, want mama's van autistische kinderen moeten zonder uitzondering altijd geduldig en rustig blijven, hoe erg het geduld weer tot het uiterste op de proef gesteld wordt en hoe erg de zenuwen ook inwendig gespannen zijn en dat vreet aan een mens.
    Ik heb al je blogberichtjes gelezen en ik kan maar één iets zeggen: Eva, jij en je man zijn schatten van ouders en ik bewonder je veerkracht en je manier waarop je omgaat met zoonlief.
    'n lieve groet en goeie moed,
    sneksniltje

    BeantwoordenVerwijderen