woensdag 24 oktober 2012

Pleistertje

Gillend staat hij voor het bad. Ditmaal niet omdat kleine broer een pleister heeft, maar omdat hij er zelf een op zijn arm heeft zitten. Toen hij enkele dagen voordien - met veel drama - op school een polio-inenting kreeg, werd er een klein rond pleistertje op zijn bovenarm geplakt. Kennelijk mag dat er van hem nooit meer af. Zijn angst voor wonden en bloed is groot, zijn angst voor spuiten nog veel groter.
Nee, natuurlijk is daar na een paar dagen al niets meer van te zien en dat probeer ik hem ook aan te tonen. Ik kreeg namelijk net op dezelfde dag mijn griepvaccinatie en kan hem daardoor 'bewijzen' dat er van de prik niets meer te bespeuren valt. Hij kijkt niet eens naar mijn arm. 'Ik ga niét in bad, ik ga niét in bad, ik ga niét in bad' scandeert hij paniekerig en hij gaat in elkaar gedoken in een hoek van de badkamer zitten. Ik heb hem net verteld dat ik zijn haar zal wassen en de vrees dat het badwater zijn pleister zou kunnen losweken overmant hem volledig. Zo rustig mogelijk moedigen mijn man en ik hem aan om toch maar zijn pleister te verwijderen en wanneer dat hem nog meer van slag blijkt te brengen, trachten we hem te overtuigen om toch in bad te gaan. Zijn pleistertje kleeft immers nog stevig vast en zal beslist niet zomaar lossen bij een badbeurt van hooguit vijf minuten.
Na enkele minuten verliest mijn man zijn geduld. En ik begrijp hem volledig; ook ik voel mijn hart steeds sneller slaan en mijn lontje steeds korter worden. Ik adem diep in en uit en scandeer op mijn beurt mompelend: 'rustig blijven, anders blokkeert hij nog meer; rustig blijven anders...' Zo vastberaden mogelijk spreek ik hem toe, terwijl ik hem troostend over zijn bolletje aai: 'We doen het zo: jij gaat in bad en ik houd de hele tijd mijn hand op jouw pleister zodat hij niet nat wordt en zodat hij er zéker niet af kan.' Mijn kordate woorden lijken hem te overtuigen en hij stapt in bad. Met één hand was ik zijn haren en tracht ik ze zo goed mogelijk weer uit te spoelen. Mijn andere hand houd ik zoals beloofd stevig op de pleister. Met opgetrokken schouders en met zijn handen angstvallig voor zijn gesloten ogen geklemd doorstaat hij het badmoment. Ik prijs hem de hemel in.


Enkele dagen later, op maandagochtend, staat hij weer brullend voor het bad. Ondertussen heb ik hem weten te overtuigen zijn pleister eraf te halen. In het weekend is hij probleemloos in bad geweest, maar de schoolstress lijkt er nu voor te zorgen dat hij aan zijn 'gewonde arm' herinnerd wordt. 'Nee, ik ga niet in bad!' schreeuwt hij opnieuw met een mengeling van koppigheid en angst doorheen zijn stem. Hij weigert zijn pyjama uit te trekken en grijpt theatraal naar zijn bovenarm. ‘Mijn arm mag zéker niet nat worden. Ik ga niét in bad!’ roept hij met nog wat gejammer en gehuil zonder tranen er achteraan.
Gelukkig weet ik ditmaal wat me te wachten staat. ‘Hup, pyjama uit, in bad en dan houd ik mijn hand wel op je arm.’ Ik laat absoluut geen ruimte voor discussie en hij lijkt dit ook zo aan te voelen. Zijn pyjama gaat uit en hij stapt in het bad. Net zoals de vorige keer lukt het om zijn haren te wassen terwijl ik mijn hand op zijn arm houd. Niet dat er nog iéts te zien is van het prikje, maar ik speel het ‘spel’ zonder morren mee.
Na afloop van het haren wassen gebied ik mijn jongens hun lijfje te wassen en meteen daarna uit bad te stappen. Alle stappen van het ‘badritueel’ hangen in pictogramvorm aan de muur en een wekkertje geeft visueel aan hoeveel tijd ze nog hebben om alles af te werken. Kleine broer – die doorgaans het lijstje vrolijk maar tergend traag afwerkt - heeft zich onder mijn aanmoedigingen reeds flink afgedroogd en heeft al enkele kleertjes aan. Grote broer zit nog in bad. ‘Je hebt je flink gewassen schat, kom maar uit het bad’ spoor ik hem zo bemoedigend mogelijk aan. ‘Ik mag niet uit het bad van jou. Ga jij boos zijn als ik eruit kom?’ reageert hij met een flauw stemmetje. ‘Maar natuurlijk ben ik niet boos. Kom er nu maar uit’ gebied ik hem ditmaal strenger. ‘Nee want ik mag niet en ik mag me ook niet aankleden.’
De tijd tikt ondertussen verder en wanneer uiteindelijk het wekkertje afloopt gilt hij wanhopig en begint hij op het bad te slaan. ‘Het is jouw schuld dat ik niet op tijd klaar ben want ik mocht me van jou niet aankleden!’ sist hij venijnig. Ik heb zin om mee te gillen.

5 opmerkingen:

  1. Het zal hem weer in iets "kleins" zitten waarom de pleister erop moet blijven maar eer je dat uitgedokterd hebt.... Knap hoor hoe je het aanpakt en moedig dat je ook durft toegeven dat jezelf ook in het rood kan gaan.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik herken de woorden: het is jouw schuld dat ik....
    Nu krijg ik die woorden te horen wanneer er een toest terugkomt met minder goede punten...het is jouw schuld dat ik geen goede punten heb, want jij hebt de verkeerde vragen gesteld bij het inoefenen van de toets.....

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Heel erg herkenbaar al die anekdotes dit is een boek dat iedereen zou moeten lezen!
    Zo begrijp je een beetje wat er in hun hoofdje afspeelt !
    Nonna



    BeantwoordenVerwijderen
  4. Werkelijk, het is alsof je over mijn leven met mijn oudste zoon schrijft. De paniek, de angst, de boosheid. En mijn eigen korte lontje, het eindeloze geduld dat je moet hebben, de ontroerende momenten, de overweldigende gevoelens van bescherming en irritatie en liefde: alles! Dank je wel! Zo waardevol om te weten dat we niet alleen zijn.

    BeantwoordenVerwijderen