vrijdag 5 oktober 2012

Grote lege buik

'Het zijn twee schatten van kinderen en ze hebben geen enkele keer ruzie gemaakt!' In mijn inkomhal staan twee supertrotse grootouders met hun twee stralende kleinkinderen. Ze zijn een nachtje bij oma en opa gaan logeren en hun enthousiasme is duidelijk nog niet uitgedoofd. Terwijl ik oma en opa's minstens even enthousiaste verhalen beluister, kruipen mijn twee jongens alvast achter de Xbox voor een spelletje, met elk hun eigen controller op schoot.
Met luide stem verwoordt mijn oudste elke beweging van zijn personage en met argusogen controleert hij of wij - zijn publiek - onze blik nog steeds op het scherm gericht houden. Is dat niet zo, dan spreekt hij ons streng toe en praten we volgens hem net iets te geanimeerd met elkaar dan tracht hij ons zo mogelijk nog geanimeerder te laten zwijgen.

'Kijk, ze spelen nu toch heel mooi samen' stelt opa haast met tranen in de ogen vast. En ja, hij heeft gelijk. Ze zitten vredig naast elkaar en spelen vol enthousiasme hetzelfde spel, de ene al wat luider dan de andere. Vol lof over hun fantastische kleinkinderen vertrekken mijn ouders naar huis. Met een onbedwingbare glimlach nestel ik me tussen mijn jongens. Grote broer dicteert de jongste precies wat hij moet doen en beslist deze een andere weg in te slaan, dan wordt hij onmiddellijk streng bijgestuurd door zijn broer. Ik zie hoe voortdurend diens lijfje verkrampt en hoor doorheen zijn stem hoezeer dit spel zijn emoties bespeelt.

Op een moment dat hij per uitzondering geen instructies geeft, laat kleine broer zijn mannetje enkele stapjes verder gaan. Uit het niets vliegt grote broer me voorbij. Met vlammende ogen en met zijn tong tussen zijn tanden geklemd begint hij uit alle macht op zijn broertjes hoofd te timmeren. 'Stop!' hoor ik mezelf roepen en ik trek mijn oudste verbijsterd weg van kleine broer. Dit kan onmogelijk ongestraft blijven. Ik spreek hem streng toe over zijn agressieve actie en plaats hem onmiddellijk in de hoek. Roepend en tierend blijft hij daar de komende zes minuten staan.

Ik neem zijn broertje ondertussen in mijn armen en spreek hem troostende woorden toe. 'Au' zegt deze plots overtuigend en hij grijpt naar zijn buik. 'Au, au, au' kermt hij verder. 'Heeft broer jou daar ook pijn gedaan?' vraag ik hem verbaasd door het gebrul van de oudste heen. 'Nee, maar mijn buikje wordt zo druk als hij zo luid gilt.' Sinds kort lijkt mijn jongste steeds beter te beseffen dat zijn broer wat 'anders' is en steeds vaker geeft hij aan het daar moeilijk mee te hebben. Ik voel een steek in mijn maag en krijg een brok in mijn keel. Tegelijk ben ik trots dat hij het zo mooi weet te verwoorden.

Even later geeft het eerder geprogrammeerde wekkertje aan dat het tijd is voor een koek, een snoepje en een drankje. Mijn zoon is ondertussen uit de hoek en ligt nu wat wezenloos op de grond naar het plafond te staren. 'Appelsap of water?' vraag ik voor de derde keer. 'Appelsap! Dat weet je toch!' schreeuwt hij me toe. Ik schenk een glas sap in en verzoek hem om het deze keer beleefd te vragen. 'Ik lust geen appelsap' snauwt hij en hij draait zijn hoofd weg. Ondertussen smult kleine broer smakelijk zijn koekje op en ook het snoepje en het sap verdwijnen al gauw in zijn mond. 'Jij hebt gelogen; mijn broer is níét verdrietig' zegt hij vastberaden. 'Hij weent niet en ik wel dus ik ben veel verdrietiger' voegt hij er observerend aan toe. Ik aai hem over zijn hoofdje en besluit hier op een rustiger moment op terug te komen. 'Eet je koekje en snoepje nu maar lieverd' spreek ik hem bemoedigend toe.

Gillend laat hij zich op de grond vallen. 'Broer heeft alles al op en die wil nu mijn eten en drinken hebben. Hij gaat dat zeker komen afpakken!' blaft hij tussen het gillen door. Kleine broer zit ondertussen rustig met wat autootjes te spelen, met een ontspannen gezichtje en een glimlach op zijn mond. Erg eigenlijk dat hij ondertussen zo gewend is geraakt aan de herrie van grote broer, al lijkt hij er op andere momenten toch steeds meer hinder van te ondervinden. 'Hij gaat mijn koekje en snoepje komen afpakken' piept grote broer voor de zoveelste keer. Als een soort mantra blijft hij zijn boodschap herhalen, herhalen en herhalen, steeds wanhopiger. Hij sluit zich ook steeds meer af voor wat ik en mijn man - die ondertussen van zijn werkdag is thuisgekomen - hem proberen uit te leggen.

Dan krijg ik plots een ingeving. Ik neem een blaadje papier en een pen en ik verplicht hem naast me te komen staan en goed te kijken naar wat ik teken. Tot mijn verbazing houdt hij zijn ogen strak op het papier gericht en luistert hij in stilte naar wat ik hem tijdens het schetsen vertel. Ik teken een mannetje en zet er de eerste letter van zijn naam bij. 'Dit ben jij en je hebt een grote buik die nog helemaal leeg is.' In een kader onder het mannetje teken ik een glas appelsap, een koek en een snoepje met daarbij een pijl die naar de lege buik wijst. 'Het sap is van jou, de koek is van jou én het snoepje is van jou. Die drie dingen horen thuis in JOUW buik.' Daaronder teken ik een ander mannetje, zijn broer. Ditmaal geen lege buik, maar een buik gevuld met sap, koek en snoep. 'Kijk,' zeg ik wijzend naar de tekening, 'broer heeft al die dingen al IN zijn buik. Hij is daar blij mee en hoeft nu niets anders meer te eten of te drinken. Al het lekkers is enkel en alleen van jou.' Hij blijft nog enkele seconden naar zijn 'plannetje' staren, om het vervolgens mee te grabbelen op zijn weg naar de tafel. Zonder aarzelen begint hij te knabbelen aan zijn koekje en neemt hij een grote slok appelsap. Met open monden kijken mijn man en ik elkaar aan. Het blijft onvoorstelbaar hoe een beetje 'simpele visuele ondersteuning' voor hem een wereld van verschil kan maken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen