woensdag 25 oktober 2017

Mondelinge toets


'Had je nu vandaag toets van Frans?' vraag ik de zoon wanneer hij nog niet lang thuis is, maar wel net lang genoeg om een vraag op hem te kunnen afvuren. 'Hmm, ik... ik weet het niet. Euh, toets? Euh...', stamelt hij terwijl de verbazing in zijn ogen groeit.

Bewust koos ik voor een ja-nee-vraag. Duidelijk, ondubbelzinnig. Daarna kan ik meer vragen stellen, niet te veel tegelijk, geen te grote woordenvloed, maar net genoeg om te weten te komen hoe het ging. Maar zo ver kom ik nu dus niet. Zelfs mijn simpele ja-nee-vraag zorgt ditmaal voor verwarring.

'Je moest toch Frans oefenen en ik dacht dat je daar vandaag toets van had?' probeer ik nog eens. 'Ja, ik weet het niet goed,' zegt hij op zijn beurt, 'het was mondeling. En de juf had op voorhand wel iets gezegd van mondeling. Maar ik weet het niet goed... ja, ik kan dat niet goed uitleggen. Ik weet niet of het dan een toets was,' ratelen de woorden uit zijn mond. Ik mag absoluut niet ratelen, dan denderen alle woorden door elkaar in zijn hoofd. Als hij het doet, moet ik elk woord gehoord en begrepen hebben, en wel van de eerste keer.

'Dus je had een mondelinge toets?' vat ik zijn woorden samen. Weer die vragende blik. 'Een mondelinge toets?' zegt hij me na, alsof de woorden zo beter doordringen. 'Een mondelinge toets', herhaalt hij nogmaals, ditmaal minder vragend. 'Als jij dat zo noemt dan zal het wel zo zijn zeker?' klinkt het plots ietwat geërgerd, 'Een toets is om te schrijven, een mondelinge toets ken ik niet.'

Wanneer ik hem klaar en duidelijk uitleg dat een toets wel degelijk ook mondeling kan zijn, zie ik stilaan de puzzelstukjes op hun plaats vallen. 'Ik had dus inderdaad een toets van Frans vandaag,' besluit hij. 'En ja, het ging heel goed,' anticipeert hij meteen op mijn volgende vraag. Wat een kanjer!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten