zondag 3 augustus 2014

Onderbroek

“Wanneer gaan we nu eindelijk eens écht spelen?” vraagt zijn vriendinnetje zuchtend. Getooid in verkleedkleren komt ze sip de kamer in, gevolgd door de jongste. Niet veel later komt ook de oudste aan gerend, vrolijk giechelend en met pretlichtjes in zijn ogen. Aan zijn speelgoedzwaard bungelt een poppenonderbroek, die hij trots in de lucht steekt. “Kijk,” zegt hij geamuseerd, “ik heb een onderbroek aan mijn zwaard!” Hij giert het uit van de pret en kijkt de anderen vol verwachting aan. De jongste en zijn vriendinnetje rollen demonstratief met hun ogen. “Kijk hoe grappig!” probeert grote broer nog eens. “Stop ermee!” roept kleine broer geïrriteerd en hij gaat beteuterd in een hoekje op de vloer zitten. Zijn vriendinnetje vleit zich naast hem neer en aait hem over zijn rug. “Jouw broer doet heel onnozel”, zegt ze zachtjes. “Ja,” beaamt hij, “ik wil dat hij ermee stopt.” Zich nog steeds van geen kwaad bewust huppelt de oudste naar het ander eind van de kamer. Hij keert terug met een mand over zijn hoofd. “O, wat is het hier donker”, probeert hij de anderen te animeren. “En nu is het weer licht, en nu weer donker, en nu weer licht” gaat hij jolig verder terwijl hij de mand afwisselend op en van zijn hoofd doet.

De jongste kijkt zijn vriendinnetje aan met zijn blauwe wijze ogen. “Raar toch hè’” zegt hij stil, “wij zijn jonger en toch...”, “Ja,” zegt zijn vriendinnetje vlug terug, “ik weet het, ik snap het ook niet.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen