vrijdag 31 mei 2013

Droog


Bijna 135 euro voor een contactlens waar ik niet scherp door kan zien... Terwijl ik me in de badkamer steeds drukker zit te maken over de nieuwe lens die ik voor het eerst in mijn oog stop, merk ik al aan heel zijn in elkaar gedoken houding dat het ook voor hem geen gemakkelijke ochtend zal worden. Maar daar heb ik nu even geen energie voor. Ik stop de lens voor de zekerheid ook maar eens in mijn andere oog. Ook met dat oog zie ik mijn badkamer door een waas. Uiterlijk hou ik me zo rustig en normaal mogelijk, terwijl ik binnensmonds vloek en hoop dat de lens nog te ruilen is.

Helemaal in elkaar gedrukt en met zijn handdoek nog om zich heen zit hij op de vloer te staren naar het bakje waarin ik zijn kleren zorgvuldig in volgorde heb klaargelegd. 'Kleed je nu maar aan' spoor ik hem aan, beseffend dat mijn woorden onder deze omstandigheden alles behalve het beoogde effect zullen hebben. Wat ook de aanleiding is geweest voor zijn 'blokkage' - want dat is heus niet altijd duidelijk - als hij zich voelt zoals nu bestaat er helaas geen wondermiddel dat hem meteen in actie kan laten komen. Als antwoord krijg ik een scherpe gil. Ik adem in om hem belerend te gaan toespreken dat gillen niet is toegestaan, maar ik slik mijn woorden nog net op tijd in. Het heeft geen zin, niet nu.

'Ben ik helemaal afgedroogd?' vraagt hij me met zijn blik naar de vloer gericht. Een strikvraag. Antwoord ik 'ja' dan zal hij me vertellen dat hij nog druppels voelt. Antwoord ik 'nee' dan spreekt hij me gegarandeerd ook tegen. Geef ik hem een vager of geen antwoord dan zakt hij nog dieper in zijn negatieve spiraal van onzekerheid. Toch kies ik ervoor om gewoon naar waarheid te antwoorden: 'Ik weet het niet zeker, maar ik denk wel dat je droog bent hoor.' Verward kijkt hij me aan, om daarna meteen weer weg te kijken. 'Jij moet het zéker weten! Ben ik helemaal droog?' snauwt hij me toe. Ik heb nu absoluut geen zin om mijn energie in dit soort nutteloze conversaties te stoppen en al weet ik dat het niets zal opleveren en dat ik het ideaal gezien geduldiger zou moeten aanpakken, ik kan niet anders dan terug snauwen: 'Dat héb ik je al gezegd. Ik wéét het niet. Dat weet je zelf het best.' Ik zie hoe zijn lijfje zich opspant, maar ik ga toch door: 'En ik kán niet zomaar "ja" zeggen want ik wéét niet of je helemaal droog bent. Ik zit niet in jouw lijfje. Ik kán dat niet voelen. Maar begin je nu maar aan te kleden. Je zal wel droog genoeg zijn.' Ik zie de wanhoop in zijn ogen. 'Ik kleed me alleen aan als jij "ja" zegt... Ik kleed me alleen aan als jij "ja" zegt... Ik kleed me alleen aan als jij "ja" zegt..." Ik voel mijn lontje steeds korter worden en plots hoor ik mezelf uit volle borst 'jaaaaa!' roepen. Hij werpt zijn handdoek van zich af en kijkt bedremmeld voor zich uit.

Ik maak me in stilte verder klaar. De verdomde lens leg ik netjes terug opzij. Zorgen voor later. Na een minuut ijzige stilte hoor ik plots een voorzichtig stemmetje: 'Ga jij boos worden als ik me aankleed?'

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen