dinsdag 22 mei 2012

Bloemstukje

Druk pratend met zijn vriendinnetje zie ik hem de speelplaats op rennen. Ik voel een warme gloed vanbinnen. Hem zo ongeremd en vrolijk zien praten tegen een ander kind maakt me blij en ongelooflijk trots. Hij gaat netjes in de rij staan bij zijn klasgenoten, in afwachting van het belsignaal. De grote poort zal zo meteen opengaan, waarna een zwerm ouders de school zal binnenstromen om hun kroost op te pikken bij de juf. Dat ik reeds op de speelplaats sta, merkt hij niet meteen op. Het is zijn vriendinnetje dat me als eerste ziet staan. Enthousiast loopt ze naar me toe en sluit ze me in haar armen. Mijn zoon kijkt me even later verlegen aan en de voorzichtige glimlach om zijn mond verraadt dat hij blij is om me te zien, al voelt hij zich duidelijk ongemakkelijk bij de ietwat ongewone situatie. Ik heb net een fijn verwennamiddagje ter ere van moederdag in de klas van de jongste achter de rug en sta hem nu dus samen met zijn kleine broer op te wachten op de speelplaats. Aarzelend komt hij naar me toe. In zijn handen houdt hij krampachtig een prachtig bloemstuk vast. 'Wauw, heb jij dat zélf gemaakt?' vraag ik hem enthousiast. Verlegen en met zijn ogen naar de vloer gericht knikt hij van ja. 'En voor wie heb je dat dan gemaakt?' vraag ik verder. 'Voor jou', mompelt hij haast onhoorbaar, waarna hij aarzelend het bloemstuk naar me toe houdt. 'Wat een prachtig bloemstuk! Dank je wel, lieverd', zeg ik oprecht opgetogen. Ik neem mijn geschenkje aan en ik geef hem een dikke zoen. Ietwat schichtig kijkt hij plots in de richtig van zijn klasgenoten. Hij rukt het bloemstuk weer uit mijn handen en voegt er met een schuldige blik aan toe 'dat hij het nu nog niet mocht geven'. Plichtsbewust begeeft hij zich weer naar de rij waarin zijn klasgenoten wachten op het einde van de schooldag. Zijn juf heeft me ondertussen ook opgemerkt en ze vertrouwt mijn zoon toe dat hij gerust al met me mag meegaan en dat hij niet hoeft te wachten tot de poort opengaat. Met kleine stapjes komt hij naar me toe. Onophoudelijk haalt hij zijn schouders op en wiebelt hij met zijn neus. Zijn hele lijfje staat onder spanning en ik zie een onzekere, haast angstige blik verschijnen in zijn ogen. 'Kom maar mee', zeg ik bemoedigend en ik reik naar zijn hand. Hij neemt mijn hand vast, maar ik zie aan zijn hele houding dat hij dit eigenlijk niet wil. 'Wil je met me meekomen of heb je liever dat ik je kom afhalen zoals normaal?' vraag ik hem vervolgens. Ik zie meteen zijn blik oplichten. Hij laat zijn schouders zakken en vervoegt zichtbaar opgelucht meteen zijn klasgenoten in de rij. Wanneer ik me met kleine broer richting poort begeef en daar geduldig wacht op het belsignaal, zie ik hem geen enkele keer naar me kijken. Zoals steeds kom ik hem vervolgens halen van zodra de poort zich opent. Hij kijkt me recht in de ogen en hij glimlacht. Enthousiast komt hij naar me toe met een prachtig bloemstuk in zijn handen. 'Voor jou', zegt hij trots. 'Wauw, wat een prachtig bloemstuk lieverd! Dank je', zeg ik oprecht opgetogen. Wat een heerlijke zoon heb ik toch.

5 opmerkingen: