zondag 8 april 2012

Konijntje

Geschrokken kijkt de jongste me aan. Wanneer ik enkele seconden later een 'bibberlipje' zie verschijnen en hij nog enige tellen later hartverscheurend begint te wenen, krijg ook ik het moeilijk. Eén van onze twee konijnen is onverwacht gestorven terwijl de jongens op logement bij hun grootouders waren. Ze zijn net thuis en ik ben met hen in de zetel gaan zitten om hen het slechte nieuws te vertellen. 'Ik wou hem zo graag nog aaien', zegt hij door het snikken heen. Hij legt zijn hoofdje op mijn schoot en ik voel een dikke traan langs mijn been rollen. De oudste kijkt onbewogen toe. Plots richt hij zijn blik op mij en vuurt hij de ene na de andere vraag op me af: 'Was het konijn nog warm of koud?', 'Waren zijn ogen open of toe?', 'Op welke plek heb je hem juist gevonden?', 'Zag hij er anders uit dan toen hij nog leefde?' Zo kort en zo duidelijk mogelijk beantwoord ik rustig al zijn vragen. Na elk antwoord volgt een geïnteresseerde 'ahja' en stelt hij telkens meteen zijn volgende vraag. Na een tijdje sluit hij zijn vragenronde met een tevreden glimlach af. Enthousiast veert hij recht. 'Nu mag ik op de computer hè,' roept hij, 'ik heb mijn spelletjes zo gemist!' Ik laat hem maar begaan. Hij heeft inderdaad enkele dagen niet op de computer gespeeld en zo kan ik me ongetwijfeld beter concentreren op het troosten van kleine broer. Nog steeds huilt deze onbedaarlijk over het gemis van zijn konijn. Na enkele minuten komt grote broer plots pal voor me staan. Hij kijkt me recht in de ogen. 'Mama, je had het beter niet aan hem verteld van het konijn hoor. Nu maakt hij zoveel lawaai en doet hij zo vervelend', zegt hij met een diepe frons. 'Maar lieverd,' tracht ik hem te verduidelijken, 'jouw broer is erg verdrietig omdat zijn konijntje dood is. Het is normaal dat hij dan weent hoor.' Met een vragende blik kijkt hij me aan. Ik zie hem nadenken. Plots wordt zijn blik wat zachter. 'Ah,' zegt hij nog steeds enigzins verbaasd, 'hij is verdríétig... Oké, dan mag hij wenen.' Hij huppelt vrolijk weer naar de computer en vervolgt meteen zijn spelletje.

De volgende dag krijgt kleine broer het weer moeilijk. Opnieuw steekt zijn verdriet de kop op en huilt hij bittere tranen om het verlies van zijn knuffelzachte huisdiertje. Zuchtend komt grote broer naast me staan. 'Mama', zegt hij belerend, 'je moet hem zeggen dat hij moet stoppen. Nu is hij wéér om zijn konijn aan het wenen.' Wanneer ik hem tracht uit te leggen dat kleine broer van mij mag treuren zo lang hij wil en dat ik het normaal vind dat diens hartje nog steeds pijn doet, zie ik tientallen vraagtekens in zijn ogen staan.

2 opmerkingen:

  1. Het is voor ons "normale" mensen heel moeilijk te vatten dat een kind zo kan denken, maar het is een kind met een ontwikkelingsttoornis. Niet voor niets worden autisten vaak gezien als mensen die egoïstisch zijn ...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Nou Trenke, egoistisch is absoluut je verkeerde woordkeus in deze context. Hooguit spreek je over egocentrisch maar zelfs dit vind ik een brug te ver. Een kind met een autistische stoornis kan zich moeilijk of niet inleven in een ander. Dat heeft niks met egoisme te maken, dit is namelijk zijn beperking.

    Mooi duidelijk stukje, heel herkenbaar en ik denk voor jou als moeder misschien wel t moeilijkste stukje. Dat je kind zich niet in andermans emoties in kan leveren moet soms als een koude douche voelen, al weet je dat hij er niks aan kan doen.

    BeantwoordenVerwijderen