donderdag 1 maart 2012

Vliegtuig

Om ter drukst rennen de broertjes door de kamer. Ze hebben allebei een speelgoedvliegtuig in de hand en racen erop los. 'Zoef, zoef, brrrrrrrrrrr, iiiiiieeeee' Hij gaat helemaal op in zijn spel en geniet er zichtbaar van hoe kleine broer al zijn geluiden en manoeuvres netjes imiteert. Daarbij verwoordt hij precies wat zijn vliegtuig doet, waar het naartoe vliegt en welke hindernissen het nog zal moeten nemen. 'Hallo, ik ben een vliegtuig. Wie ben jij?', hoor ik kleine broer ondertussen piepen. Hij neemt er een auto bij en met diepe stem zet hij de dialoog enthousiast verder. Grote broer kijkt verrast op. Met verbaasde stem spreekt hij zijn broertje toe: 'Kan jouw vliegtuig ook práten?'


Aan fantasie heeft hij geen gebrek, zou je op het eerste gezicht misschien denken. Maar kijk je verder, dan zie je een duidelijk verschil in diepgang tussen de broers hun fantasiespel. Hij kan zich perfect inbeelden dat de stoelen een muur vormen en dat de auto daartussen dan een schuifdeur wordt. Wil kleine broer de kamer omtoveren volgens diens fantasie, dan wordt het al heel wat moeilijker. Maar het wordt pas echt ingewikkeld als stukken speelgoed hele conversaties houden. Anticiperen, gepast reageren, rekening houden met gedachten en gevoelens, ... Communicatie is voor hem in het échte leven al complex genoeg.

1 opmerking:

  1. Mooi! Wat leert je kind je anders kijken naar de wereld he?

    groetjes Dieuwke

    BeantwoordenVerwijderen